Wie herkent dit ook ? "Ik zou wel willen, maar ik doe het niet"

Verschijnsel

In dit artikel bespreek ik een voor velen van ons bekend verschijnsel, namelijk: je wilt iets doen maar doet het niet, je wilt iets zeggen en zegt het niet. Wat ik wil is van niet doen en niet zeggen, naar wel doen en wel zeggen. De vraag is dan: is dat mogelijk en zo ja….hoe dan?

 

Onderzoek

De hierboven gestelde vraag ga ik onderzoeken aan de hand van drie real life praktijkvoorbeelden, waarbij ik achtereenvolgens deze vragen aan de orde stel:

a. kijkend naar het issue: wat is het probleem, wat speelt er feitelijk, waar heb ik last van ?

b. welke vragen roept dat op en wat valt mij bij het beantwoorden daarvan op ?

c. wat is het effect van de antwoorden op mijn denken en gedrag ?

 

 

Het artikelthema ‘ík zou wel willen, maar ik doe het niet’ doet zich voor in het directe  contact en kan zich op allerlei manieren en wijzen manifesteren. Vandaar dat ik deze via drie verschillende casussen in het licht wil zetten en bespreken:

 

Mooie vrouw.

Ik zie een prachtige vrouw die ik erg aantrekkelijk vind en dat zou ik wel tegen haar willen zeggen… maar ik doe het toch niet.

 

Club.

Ik hoor in een vereniging, een vriendenclub eigenlijk, iets pertinent onaardigs zeggen over anderen en wil daarop reageren… maar doe het toch niet.

 

Iets onaangenaams.

In een gesprek op mijn werk zegt betreffende gesprekspartner iets zeer onaangenaams waardoor ik als het ware ‘stol’. Ik bevries terwijl ik niet wil bevriezen…..en toch gebeurt het.

 

 

Bespreking

 

Mooie vrouw

Wat is er op tegen om een mooie vrouw te zeggen dat ik haar leuk en aantrekkelijk vind? Ik doe het niet omdat ik ‘ja’ heb gezegd tegen een sociale norm van ‘zoiets hoor je niet te doen’. Zeker in dit me-to tijdperk niet. Is tegen deze achtergrond mijn basisintentie om een  

mooie vrouw een compliment te maken en dus heel aardig is bedoeld, nog wel okay? Die eerste waarneming van mij en de impuls om dat tegen haar te zeggen, kan ik dat nog wel maken in deze tijd? Wat is daar eigenlijk mee? En zijn er meer van dit soort situaties waarbij

ik mij afvraag of heb af te vragen, of het wel of niet okay is wat ik zou willen doen en niet doe en zou willen zeggen en niet zeg? En wat doe ik dan? Wat vind ik dan daarvan? Door er op deze wijze, vragenderwijs, bewust bij stil te staan gebeurt er iets van binnen merk ik. Ik voel mij actiever worden. Eigenlijk is het wel aangenaam om jezelf over dit type aangelegen heden, vragen te stellen, jezelf te bevragen en zodoende er van binnen bij stil te staan bedenk ik mij. Wat er gebeurt is dat er zich iets opent in de zin van, dat ik meer mogelijkheden en gedragsopties voorbij zie komen en laat komen. Gevoelsmatig voelt dat prettig. En dat openen draagt ertoe bi,j dat ik mij meer bewust ben van de situatie en hoe ik erin zit. En het leuke is: ik voel mij zekerder worden en…… ..het ontspant. Absoluut.

Ik kan -nog- niet een antwoord geven op de vraag of ik wel of niet die dame in kwestie het compliment ga geven. Wat ik er hier-en-nu wel over kan zeggen is, dat ik mij nu niet op de automatische piloot door een sociale norm, gedragsmatig zal laten leiden. Ik voel de vrijheid om daar een meer gepaste en voor mij passende keuze in te maken. Ik ben vrijer omdat ik mij bewust ben van meer keuzes, die ik tot mijn beschikking heb.

 

Club

Ik ben lid van een gezelligheidsvereniging. Tijdens een van de bijeenkomsten wordt er door leden behoorlijk afgegeven op een ander -niet aanwezig- lid en opmerkingen gemaakt, die beschadigend zijn en waarvan ik denk, ‘hallo, dat kan echt niet en ik ben het er ook niet mee

eens’….. maar…….ik zeg het niet. Dit is de situatie. Er gebeurt iets naars en ik doe niets, behalve dat ik er over nadenk. Waarom doe ik dat, ik denk wel en schiet niet gelijk in de actie? Wat speelt er dan eigenlijk? Wat houd mij dan tegen? Angst, bescheidenheid, passiviteit? Wat? Het antwoord is dat ik merk dat als ik daar bij stil sta , er allerlei gedachten passeren over hoe mensen hier inzitten. Bijvoorbeeld, als ik uitspreek wat ik denk neem ik een minderheidsstandpunt in…..en dat is in deze groep wellicht not done. Je kunt er allerlei gedoe van krijgen zoals extra uitpraat-sessies wat veel tijd kost en waar ik een bloedhekel aan heb, het kan afbreuk doen aan mijn imago etc. etc.. .. . Allemaal dit soort uiteenlopende gedachten komen voorbij, omdat ik er het licht op zet. De vraag is nu: klopt het wel wat ik allemaal denk? Is het congruent met wat ik werkelijk wil? Mijn reactie is: het vinden en geven van het zogenaamde juiste antwoord op waar ik last van heb in deze casus, wordt door deze vragen-stellende-onderzoekswijze- net als bij de eerste ’mooie dame ‘ casus- voor mij onbelangrijker. Zo voelt het althans. Juist door bij de casus stil te staan en ‘de lamp aan te doen en er het licht op te laten

schijnen’, merk ik dat een en ander -bijvoorbeeld mijn wel of niet juiste mening en wel of geen passende reactie- als het ware oplicht en wel meevalt. De casus en alles wat er bij speelt is in het licht minder eng dan in het donker. En dan volgt ook de ontspanning. Kijkend vanuit die ontspanning naar de eerste impuls, ‘hallo…etc..’, merk ik dat die erom vraagt om uitgesproken te worden…. ! Jazeker. En dat gebeurt vervolgens ook.

 

Iemand zegt iets onaangenaams

Wat is hier nu weer aan de hand ? De feitelijke ervaring is namelijk onaangenaam. Wat er gebeurt is dat in een werksituatie iemand zegt, dat wat ik zeg volslagen onzin is. Gewoon ’Kul’. Terwijl ik daar sta en optreed als een professional die namens een gerenommeerd

instituut iets heeft waar te maken… zegt plotsklaps een van de toehoorders, een klant ook, dat ik niet waar maak wat ik pretendeer.

Het voelt vreselijk. Ik bevries omdat ik zijn boodschap persoonlijk maak en er afkeuring en afwijzing in hoor. En mijn fysieke reactie is ook dat ik bevries. Er zit een soort sequens van onaangenaamheden in: ik hoor een onaangename boodschap over mij wat mij doet bevriezen; een reactie vervolgens die ook weer onaangenaam voelt.. en mijn reactie tenslotte, bevriezing, beoordeel ik ook nog als inferieur en dus onaangenaam. Heel vervelend allemaal, maar laat ik er toch maar even bij stil staan. Wat gebeurt hier nu

eigenlijk, bij dit ‘verschijnsel’? Hoe werkt het mechanisme bij mij waardoor plaats vond wat er plaatsvond? Wat er gebeurde was dat ik in vol vertrouwen ‘mijn verhaal’ wat een prima verhaal is en ik goed kan, de wedstrijd in ging. Ik was dan ook totaal niet bedacht op tegenwind. Dat kwam zelfs niet eens in mij op. En toen gebeurde het toch. Die onverwachte meneer met die onverwachte opmerking en die onverwachte blik...ik zie ‘m nog voor mij. Nog weet ik niet helemaal precies waardoor ik zo van slag raakte…waarschijnlijk het onverwachte, dat bracht mij waarschijnlijk uit mijn baan. Mijn reactie daarop was bevriezen (een coping ofwel -overlevingsreactie). Wat helpt nu om hier uit te komen?

 

Ik zie als het ware twee mogelijkheden -twee kacheltjes waar je je aan kunt warmen of twee lampjes die het licht kunnen laten schijnen op wat in het donker zit- die je goed kunnen doen in deze:

- Buiten. Van buitenaf naar mij toe een empathische reactie en bejegening verkrijgen door mijn omgeving (gesprekspartners).

- Binnen. Wat zou het mooi zijn als er vooral ook van binnenuit een lampje geactiveerd kan worden. Want anders ben je zo afhankelijk van buiten, nietwaar. Dit eigen lampje vraagt niets meer dan je toevertrouwen aan het verschijnsel van bevriezen. Er bij stil staan en even geduldig te wachten. En dan de gebeurtenis en wat je daarbij ervaart te onderzoeken met vragen die gaan over de feiten, de beleving en de gedachten. Als dat kan zonder oordeel. Het makkelijkst gaat dat met hulp van een te vertrouwen gesprekspartner. Uitspraken en gewaarwordingen, gedaan in aanwezigheid van iemand anders, winnen dan aan extra kracht en ‘impact’.

 

Laatste woord?

Ik vind dit mini-onderzoek leerrijk, vanwege 

> het simpele feit dat door ervaringen in de schijnwerpers te plaatsen, het mogelijk wordt

zaken aan het licht te brengen die eerder niet aan het licht kwamen….wat dan goed doet en goed voelt. En dat dat kan door gebruik te maken van het inzetten van verbeeldingskracht, taal en het effect dat dat kan hebben; het (na- en over)denken en doortrekken van

denklijnen die dingen zichtbaar maken, die in de praktijk-van-alledag niet gezien en gevoeld worden;

 

> de waarneming dat onze ervaringen veel en veel en veel… talrijker zijn, dan wat we er vaak over schrijven of zeggen. De textuur van deze ervaringen wordt weer mede bepaald door de textuur van onze verbeeldingskracht die onze ervaringen en werkelijkheids-

weergaven continue parafraseert en er betekenis aan geeft… .

 

Tja, ik denk dat hiermee nog niet het laatste woord over dit onderwerp is geschreven of gezegd. De vraag die bij mijzelf bijvoorbeeld nog open staat is: waarom kan ik het ‘doen’ niet gewoon laten.. en alleen maar bij het ‘denken’ blijven? Waarom een impuls, aan alle

impulsen gaan overigens ook weer hele ‘werelden’ vooraf, afwikkelen naar een staat van ‘actionisme’ ? Of zoals Peter Bieri ooit zo mooi omschreef in ‘Handwerk van de vrijheid; Over de ontdekking van de eigen wil’ (2006): ‘…we kunnen bezonnener en kritischer de

wegen onderzoeken die ons denken doorgaans neemt, door de identificatie met een gedachtegang te doorbreken en aan onszelf voor te leggen, in plaats van ons erdoor te laten voortdrijven…’.

 

Dus, wat is er mis met alles laten…….en je over te geven aan de kracht van het denken en de taal, aan woorden die mindset en gedrag beïnvloeden? Wellicht is dit mooie input voor een volgend artikel….wederom uiteraard op basis van eigen praktijksituaties en -ervaringen.

 

Met hartelijke groet